Document

Document

— / —100%
PDF laden…
Type
schema:MediaObject
text
Gegevens omtrent de Rijkspolitie gedurende de watersnood 1953 Een omschrijving van de belevenissen van de Rijkspolitie op Schouwen-Duiveland, gedurende de watersnood 1953, is verre van eenvoudig omdat in de eerste tijd communicatie tussen de dorpen onderling niet wel mogelijk was en de algemene toestand onoverzichtelijk was. Verschillende politieposten moesten verlaten en het eiland evacueren en enige politiemannen verlieten tijdelijk het eiland. Na enige dagen keerden zij wel weer terug, maar een ander is ook vaak dat gedetailleerde gegevens uit de eerste dagen niet van elke plaats konden worden verkregen. Het beste is nog de nodige gegevens te putten uit het rapport dat elke postcommandant kort na de rampnacht over de gebeurtenis moest indienen. Gemeente voor gemeente zal dan ook door mij worden behandeld. Bruinisse De toenmalige Groepscommandant, de opperwachtmeester A.J. Schippers te Bruinisse, rapporteerde onder andere het volgende: 1. "Op Zaterdag 31 januari 1953, was mij door een aanschrijving en verkregen inlichtingen, te Zijpe gebleken, dat een hoog tij verwacht kon worden. Dat de hoogwaterstand echter zulke catastrofale gevolgen zou hebben, had wel niemand van de personen die ik sprak, verwacht. 2. In de nacht van Zaterdag 31 januari op Zondag 1 februari 1952 stond ik om plm. 2.00 uur op en bevond mij naar Zijpe. Het water had toen al een zodanige hoogte bereikt, dat het over de vloedplanken heen over de Rijksweg de Bruinisse polder instroomde. Met enkele personen nam ik de situatie op en wij kwamen tot de conclusie dat wij niets konden doen om het water te keren. Ik begaf mij huiswaarts en woonde op korte afstand van de Tramhaven aan de Rijksweg en probeerde telefonisch contact te krijgen met de Rijkspolitie te Sint Philipsland, Oosterland en Nieuwerkerk. Eerstgenoemde plaats was toen niet meer telefonisch bereikbaar. Omstreeks 8.00 des Zondagsmorgens, kreeg ik achtereenvolgens de vrouw van de postcommandant te Oosterland en de Nieuwwerker aan de telefoon. Zij deelden mij mede dat hun man niet thuis was. Ook had ik kort daarna nog telefonisch contact met de districtsadjudant L. Kouwen te Renesse, die mij ophelderde en wie ik desgevraagd de toestand te Bruinisse uiteenzette. Met de Burgemeester van Ouwerkerk kon ik geen verbinding via de telefoon meer krijgen. Trouwens kort daarna was alle verbinding per telefoon verbroken. Omdat de situatie in geheel Duiveland mij niet duidelijk was besloot ik naar Oosterland te gaan. Omstreeks 9.00 uur kwam ik aan de 'Oudedijk', zijnde de grens tussen de polders Oosterland en Bruinisse. Ik zag daar toen dat de polder Bruinisse was overstroomd en het was mij niet meer mogelijk Oosterland te bereiken. Het gerucht dat smorgens reeds te Bruinisse de ronde deed als zou de zeedijk van Sint-Annaland zijn doorgebroken, bleek dus juist te zijn. Het water in de polder Oosterland stond des morgens echter lang niet zo hoog als des middags, toen de Bruinisse polder was door het vloedwater van de dijk te Zijpe, al veel water binnen gekomen en mijn huis was ondergelopen tot aan het water. De toestand was echter nog niet onrustbarend want de zeedijk had het gehouden en wanneer er geen gaten bij zouden komen, zou het overtollige water natuurlijk zijn afgevoerd. Voor Bruinisse was er die Zondagochtend dan ook geen gevaar. De coupures in de 'Oudedijk' (doorgang tramweg en Rijksweg) werden met man en macht met behulp van zandzakken gedicht. Omstreeks 10.00 uur, begaf ik mij met team Deurloo met een aantal zandzakken naar de 'Oudedijk'. Deurloo verwoorde die zakken met 'Jeep' die hij zelf bestuurde. Toen de zandzakken alle gesloten waren, moest ik daar aanwezige arbeiders dat de landbouwer Stouten, die aan de dijk in de Oosterland Polder woonde, zich te zijn om voor het wassende water op tijd uit zijn huis had teruggetrokken. Omdat er geen geschikte reddingsmiddelen aanwezig waren, besprak ik met Deurloo dat wij per Bruinisse zouden rijden om een boot te halen." 2 Teneinde de arme de het gezin Stouten uit de woning te halen. Op de terugweg naar Bruinisse, werd over de 's-Gravelandse weg gereden. In een smalle bocht raakte Deurloo de macht over het stuur kwijt en de auto reed in een naast de weg lopende diepe watergang. De 'Jeep' kwam met de wielen naar boven en in enigszins schuine richting in het water te liggen en wij verkeerden beiden in een zeer benarde positie. Al spoedig kwam hulp opdagen. Later bleek Deurloo tengevolge van verdrinking te zijn gestorven. Zelf mocht ik, als door een wonder, het leven behouden. Door dit ongeval werd ik enkele uren uitgeschakeld, want op last van de dokter moest ik naar bed omdat ik plm. 3 kwartier in het ijskoude water had doorgebracht. Omstreeks 16.00 uur, ben ik weer opgestaan en heb ik mijn diensten hervat. Omdat toen voor doorbraak van de 'Oudedijk' werd gevreesd, had de burgemeester de bewoners van de laag gelegen woningen reeds naar een hoger gedeelte van de gemeente laten overbrengen. Bovendien was een ieder gewaarschuwd door het luiden van de klok en het loeien van de brandsirene. Toen dan ook de 'Oudedijk' omstreeks 17.00 uur op verscheidene plaatsen doorbrak ten gevolge van de druk van het water in de Oosterlandpolder en bijna geheel Bruinisse overstroomde, kwam daardoor niemand in levensgevaar te verkeren. Door de hoge waterstand en de inmiddels gevallen duisternis, kon niets worden gedaan en contact met de buitenwereld was er niet. Die nacht bracht ik met verschillende personen door op een boot in de tramhaven te Zijpe. Op Maandag 2 februari, begaf ik mij al heel vroeg naar het dorp Bruinisse en had daar een bespreking met de burgemeester. Ter sprake kwam toen de evacuatie van het grootste deel der bevolking naar elders. Deze evacuatie, welke spoedig daarna plaatsvond, verliep ordelijk. In de namiddag van 3 februari, gelukte het mij vanuit het dorp St. Philipsland, naar Middelburg te telefoneren. Op mijn verzoek arriveerde kort daarna politieassistentie te Bruinisse en werd begonnen met behulp van motorbootjes te surveilleren in de ondergelopen polders Bruinisse en Oosterland. In de weken daaropvolgend werden vanuit de polder Oosterland veel lijken geborgen. De slachtoffers werden door de Rijkspolitie geïdentificeerd en daarna tijdelijk bij de tramhaven te Zijpe begraven. De polder Bruinisse heeft slechts korte tijd onder water gestaan. Nadat de bressen in de 'Oudedijk' waren gedicht, kon de polder via de gebruikelijke afwateringsluizen watervrij worden gemaakt. Het duurde echter vrij lang voordat verbinding over het buitenwater met een boot van de 'Rijkswaterstaat' tussen Zijpe en Zierikzee mogelijk was. Oosterland De destijds te Oosterland aanwezige postcommandant, de opperwachtmeester G. Overbeeke, rapporteerde het volgende omtrent de toestand in zijn gemeente: Op zondag 1 februari 1953, omstreeks 2.30 uur in de nacht werd ik door de vrouw van de cafehouder C. Tunnelet, wonende te Zijpe, telefonisch gewaarschuwd dat er gevaar bestond voor de waterkerende dijk langs Zijpe. Deze vrouw verzocht mij mensen en materiaal uit Oosterland naar Zijpe te willen sturen om aan de dijken te werken. Voor mevrouw Tunnelet deelde mij mede dat zij de burgemeester van Bruinisse en de rijkspolitie aldaar niet kon bereiken. Door mij is toen getracht telefonisch verbinding te krijgen met de commandant brandweer te Oosterland, hetgeen mij niet gelukte. Ik ben toen op weg gegaan om die commandant te zoeken. Onderweg ontmoette ik de dijkgraaf van de polder 'Ooster en Sir Jansland', die mij mededeelde dat de zeedijk bij Vianen gevaar liep. Het water zou daar reeds over de vloedplanken de polder instromen. 3 Op mijn verzoek heeft de dijkgraaf de brandweercommandant te Oosterland gewekt. Aan deze heb ik verzocht het brandweerpersoneel en zoveel mogelijk andere mensen te wekken. Dit gebeurde, waarna al vrij spoedig een groot aantal mensen met vrachtauto's en particuliere auto's, alsmede materiaal, naar Vianen zijn gezonden. Terwijl dit gebeurde, had ik contact met de burgemeester, de dijkgraaf en de wachtmeester van Zweden. Met de organisatie bezig zijnde, kreeg ik bericht, dat de zeedijk te Sir Jansland gevaar liep. Onmiddellijk heb ik de wachtmeester van Zweden erheen gezonden, terwijl ik zelf, in overleg met de burgemeester van Oosterland, zoveel mogelijk bewoners van Oosterland Inmiddels heb ik weer in overleg met de dijkgraaf mensen en materiaal naar de Zanddijk gezonden, zulks naar aanleiding van het feit, dat ongeveer 4.30 uur telefonisch aan mij werd medegedeeld, dat het water te Sir Jansland gelijk met de kruin van de dijk stond en dat de vloed nog een uur zou aanhouden en de omstandigheid, dat enkele minuten later verscheidene Sir Janslanders per auto te Oosterland kwamen, die mij tevens berichtten, dat het water over de zeedijk in de polder Sir Jansland stroomde. Ik begaf mij naar de Zanddijk alwaar men onmiddellijk was begonnen het provisorisch dichten van der gaten (insnijdingen in de dijk, welke nergens van vloedplanken waren voorzien). Ik zag toen dat het water in de polder Sir Jansland reeds de Zanddijk was genaderd. Tevens zag ik de wachtmeester van Zweden, die mij mededeelde dat de zeedijk te Sir Jansland niet meer te houden was. Later vernam ik dat de zeedijk te Sir Jansland tussen de 'Staart' en de Molen was doorgebroken. Met de wachtmeester van Zweden heb ik het werk aan de Zanddijk verder geregeld. Terwijl wij daarmee bezig waren, hoorde ik, dat de zeedijk te Vianen was doorgebroken en het water in de richting van het dorp Oosterland stroomde. Het bleek al vrij spoedig dat aan dichten van dat gat niet te denken viel. Dit was ook het geval met de gaten in de Zanddijk. Ongeveer 7.45 uur stroomde het van Sir Jansland afkomstige water door de Zanddijk de Oosterlandpolder binnen. Oosterland werd nu van twee zijden overstroomd. Toen was de tijd aangebroken dat ieder het nutteloze werk aan de dijken opgaf en zich naar de eigen woning spoedde. Nauwelijks was de wachtmeester van Zweden thuis of zijn woning kwam in het water te staan. Ditzelfde overkwam mij en wij waren spoedig met ons gezin volkomen geïsoleerd van de buitenwereld. Te 10.30 uur in de voormiddag van 1 februari had ik voor het laatst telefonisch contact met Bruinisse. Vanuit mijn woning nam ik waar dat het water steeds hoger steeg. Tegen de avond zag ik, dat er een zijmuur en een binnenmuur uit mijn woning was geslagen. In de daarop volgende nacht in de woning zo kritiek, dat ik met mijn vrouw bij laag water te 1.30 uur naar het huis van mijn buurman ben gewaad. Alwaar wij zijn gebleven tot dinsdagnamiddag, 3 februari te 21.30 uur. Vanuit de woning van mijn buurman (Rijksweg) heb ik tijdens mijn verblijf aldaar waargenomen, dat diverse woningen in de omgeving niet meer overeind stonden. Op laatstgenoemde tijd ben ik met mijn vrouw met een door douanen bemande boot overgebracht naar het gemeentehuis te Oosterland. Vandaar ben ik met een rubberboot naar de woning van de burgemeester gegaan. Deze deelde mij mede dat alle inwoners van Oosterland de volgende dag zouden worden geëvacueerd. Op woensdag 4 februari de a.v. werd ik met de wachtmeester van Zweden en onze gezinnen, via Ouwerkerk aan boord van een kustvaarder gebracht met welk schip wij naar Dordrecht zijn overgebracht. Op 10 februari 1953, keerde ik met de wachtmeester Van Zweden wederom op Schouwen-Duiveland terug. Kort daarna werd de beschikking gekregen over motorbootjes van de Genie, waarmee wij in de overstroomde polders Oosterland en Sint-Jansland surveilleerden. 4 In het begin geschiedde dit vanuit Bruinisse, later vanuit Oosterland waar de politie intrek nam op de bovenverdieping van een woning welke bij laag water droog kwam te staan. Het dorp Oosterland kwam, evenals de polder bij laag water eveneens voor het grootste gedeelte droog te staan. Veel werk heeft de politie gehad met het opsporen, bergen en identificeren van slachtoffers en het bewaken van verlaten eigendommen. Nieuwerkerk Ten gevolge van onvoorziene omstandigheden, werd één der te Nieuwerkerk gestationeerde politiemannen op 1 februari 1953, in de polder geïsoleerd. Wat die eerste dagen en op die plaats gebeurde, valt de andere politieman rapporteren. Het lijkt mij nuttig en wenselijk beide politiemannen aan het woord te laten. De wachtmeester 1e klasse A. Lotens, rapporteerde als volgt: "Op Zondag 1 februari 1953, omstreeks 4.00 uur, werd ik gewekt door belgerinkel van de brandweersirene-installatie, welke was aangebracht bij elk lid van de brandweer te Nieuwerkerk, de burgemeester en het politiepersoneel. Aangezien door mij, vanuit mijn woning een brand werd waargenomen, heb ik mij terstond telefonisch in verbinding gesteld met het woonhuis van de opperbrandmeester te Nieuwerkerk, genaamd J.J. Tierie. Door diens echtgenote werd mij medegedeeld dat de 'Jongepolder', zijnde gelegen ten noorden van de 'Vierbannenpolder', vol water was gelopen. Ten spoedigste heb ik mij toen per rijwiel begeven naar de plaats waar zich de brandweerauto bevond. Daar trof ik reeds de burgemeester van Nieuwerkerk en een aantal brandweerlieden. Met de brandweerauto ben ik daarna mede gereden naar de Noorddijk bij het 'Nieuwe veer'. Aldaar bleek mij dat het zeewater vanuit het 'Dijkwater', over de kruin van het dijkje, lopende vanaf het 'Nieuwe veer' naar de Noorddijk, de 'Vierbannenpolder' en de 'Jongepolder' instroomde. Door het bestuur der polder 'Vier banen', dat reeds met enig personeel ter plaatse was, werd de toestand niet gevaarlijk geacht, temeer omdat het water na enige ogenblikken reeds bleek te zakken en er dus nergens meer zeewater over genoemde dijken in de polder stroomde. Omstreeks 5.00 uur van genoemde datum, werd ons medegedeeld dat de dijk van de 'Gouweveerpolder' was doorgebroken, zodat die polder vol water liep. Aangezien in deze polder mensen woonden, hebben wij ons ten spoedigste begeven naar die polder. Rij onze komst aan de 'Stenedijk' bleek mij dat de 'Gouweveerpolder' reeds vol water stond, zodat wij ons niet daarin konden begeven. Het water uit de 'Gouweveerpolder' stroomde toen reeds over de kruin van de 'Groenendijk' en de 'Stenedijk' de 'Vierbannenpolder', de 'Groot Bettewaardepolder' en de 'Stenedijk'. In verband met het gevaar voor de bewoners van de 'Al te Kleindijk', zijn deze door ons gewaarschuwd, terwijl het gezin Van den Berg, die in de nabijheid van de Groenendijk-Stenedijk, door ons hun woning zijn gehaald omdat deze reeds door het water omgeven was. Aangezien ik het noodzakelijk achtte dat de in de nabijheid van de 'Groenendijk', in de 'Vierbannenpolder' wonende personen werden gewaarschuwd, heb ik de ter plaatse gekomen koopman, wonende in het buitengebied van Capelle, verzocht naar hun te gaan, was van een personeuto (de brandweerauto was inmiddels met het gezin Van den Berg naar de dijk gereden) en is meteen de arts Vleugels-Schutter ontboden voor een verlossing te Capelle) om bedoelde personen te waarschuwen. Op ons dringend verzoek heeft dit personeel te waarschuwen. Op ons dringend verzoek heeft dit personeel te waarschuwen. Op ons dringend verzoek heeft dit personeel te waarschuwen. Op ons dringend verzoek heeft dit personeel te waarschuwen. Omstreeks 6.30 uur zijn geweest, werd door C.J. van Westen, medegedeeld dat de dijk tussen Sir Jansland en Stevensluis was doorgebroken en 5 Het buitenwater rechtstreeks in de "Vierbannenpolder" stroomde. Onverwijd heb ik mij met de burgemeester en enige brandweerlieden naar de "Vierbannenpolder" begeven in de richting van de plaats waar zich het gat in de zeedijk zou bevinden, teneinde de inwoners in de polder te waarschuwen. Aangezien na enige tijd alle inwoners op de bed lagen, namen en ander wel tijd in beslag. De bewoners van de Capelleweg, Looneweg, Kieveg, Nieuweweg, Stolweg en Lageweg, zijn door ons met het toen bekende gebeurlijke kennis gesteld. Het gezin IJzelenberg, bestaande uit zes personen, wier woning reeds geheel door water was omgeven, is per brandweerauto medegenomen. Op dat ogenblik was het ons echter niet meer mogelijk langs de Lageweg, zijnde de kortste verbinding naar het hoogste punt van het dorp, te komen. We hebben daarom de bewoners van de genoemde wijken die hun woningen nog niet geheel onder water hadden, gewaarschuwd. De vloedgolf van water kwam in genoemde gedeelten van de "Vierbannenpolder" uit de richting van Ouwerkerk, doordat ik vernomen had dat ook daar een dijk was doorgebroken, terwijl vanaf genoemde boerderij kon worden waargenomen dat de dijk tussen Stevensluis en Sint-Jansland eveneens was doorgebroken. Op Zondag 1 februari 1953, was er van enige hulpverlening geen sprake. Op Maandag 2 februari 1953, werd door mij waargenomen dat er enkele vliegtuigen overkwamen doch slechts op grote hoogte. Op die dag omstreeks 13.30 uur, zagen wij vanaf genoemde boerderij vanuit de richting "Nieuwe veer" een roeiboot naderen, welke zoals later bleek, bemand was door de mij bekende D. v.d. Heuvel. Wij blijven op een woningschip gelegen te Zierikzee. In die boot zaten nog een vijftal mij onbekende personen. Nadat de opvarenden uit een in de nabijheid staande woning enkele personen waren gehaald, zijn de vrouwen en kinderen vanaf de boerderij waar ik mij bevond, naar de "Noorddijk" gebracht. Daarna werden alle mannen afgehaald en zijn allen vervoerd naar Zierikzee. Mijn vrouw en kind waren te Nieuwerkerk achtergebleven en omtrent hun lot was mij niets bekend. Later bleek dat een dak van een schuur mijn woning grotendeels had vernield en dat mijn vrouw en kind zich slechts met moeite op het dak van het belendende huis hadden weten te redden. Op 3 februari 1953, ben ik, vergezeld van de burgemeester van Nieuwerkerk en de brandweerlieden, per motorboot van de Stenedijk naar Nieuwerkerk gegaan. Bij aankomst werd mij medegedeeld dat de bewoners, wonend op het hoogste punt van het dorp, zover bekend, op 2 februari 1953, en op de tocht met enige haastig gemaakte vlotten naar dat hoogste punt waren overgebracht. Tevens was een groot gedeelte der bevolking met motorvoertuigen overgebracht en elders overgebracht. Een groot aantal marktplaatsen was tot hulpverlening mogelijk aanwezig. Ook begaf ik mij, daar het bekend was op initiatief van enkele burgers, een begin was gemaakt met het bergen van lijken en van kadavers welke het Kerkplein werden overgebracht en daar voorlopig werden begraven. De luchtmacht had toen eveneens aan spoed en de hulpverlening te zenden en te leveren van voedsel, drinkwater, medicijnen en meer. Het grootste gedeelte der bevolking is op 3 en 4 februari 1953 naar elders geëvacueerd. Ook het politiepersoneel was toen genoodzaakt naar elders af te reizen. Alleen Marinepersoneel bleef voor bewaking op het dorp achter. Kort daarna ben ik naar Zierikzee teruggekeerd van waaruit door de dienst in de Vierbannenpolder per vaartuig is hervat. De wachtmeester J. P. P. Papeveld van de post Nieuwerkerk, rapporteerde o.m. het volgende. "Op 1 februari 1953, omstreeks 5.00 uur, werd mij medegedeeld dat de dijken in de omgeving van Nieuwerkerk, waren doorgebroken en dat 6 de polders onder water liepen. Daar de burgemeester er niet ter plaatse was (zie mededelingen A. Lotens), heb ik, samen met de arts Vleugels-Schutter, de nodige maatregelen genomen om mensen, dit uit de polders moesten vluchten, te Nieuwerkerk te ontvangen. Hiertoe werden de scholen in gereedheid gebracht en het aankomende levende vee werd in de N.H. Kerk voorlopig gestald. Toen bleek dat ook de scholen onder water kwamen te staan, zijn vluchtelingen ondergebracht op de bovenverdieping van het Raadhuis. Met het hoofd van de gemeente in winkels aanwezige voedingsmiddelen, zijn de mensen door mij van eten voorzien. Op verschillende plaatsen in het dorp verleende ik hulp aan in nood verkerende bewoners. Loslopende en in nood verkerende honden werden door mij doodgeschoten en op 3 februari op het dorp gestorven persoon, heb ik doen kisten en bij de kerk de in de graven. Er zijn veel mensen omgekomen. Op 3 februari kwam redding opdagen vanuit de richting Ouwerkerk. Met behulp van motor- en vissersboten werden de bewoners afgevoerd naar elders. Nadat een Marine-afdeling de bewaking van het ondergelopen dorp had overgenomen, heb ik mij met mijn gezin naar Zierikzee begeven. Vandaar uit heb ik mijn diensten per vaartuig in de 'Vierbannenpolder' voortgezet. Aan het voorstaande moge ik het volgende toevoegen. Te Ouwerkerk was tijdens de ramp geen politie. De dienst aldaar werd waargenomen door het personeel te Nieuwerkerk. Geen verslag staat mij ter beschikking over de toestand te Ouwerkerk gedurende de eerste dagen der ramp. Spoedig nadat de eerste bewoners te Ouwerkerk en Nieuwerkerk terugkeerden teneinde bergingswerkzaamheden te verrichten, werden op die dorpen politietroepen ingericht. Deze posten, elk bestaande uit drie man, werden te Nieuwerkerk ondergebracht in de "Meebaal" bij Felius en te Ouwerkerk het gemeentehuis en later in café Slager. Zowel Felius te Nieuwerkerk als Slager te Ouwerkerk keerden vrij spoedig terug en hun ondernemingen zijn tot het droogvallen van de polders een rustpunt geweest voor politie, bergers en tijdelijk teruggekeerde bewoners. In de polder "Vierbannen" werd vanaf het begin der ramp door een bergingsploeg lijken geborgen. Deze ploeg heeft een groot aantal lijken geborgen. Dit geschiedde onder toezicht van een politieman. Bij de identificatie werd veel steun ondervonden van de beide politiemannen uit Nieuwerkerk, die uiteraard veel bewoners kenden. Vermeld zij nog dat de politie te Nieuwerkerk en te Ouwerkerk beschikte over een boot waarmee op het watergebied werd gesurveilleerd en waarmee ook veel personen en goederen zijn vervoerd. Na verloop van tijd de beschikking kreeg over een draagbare korte golf zender waarmee op bepaalde dagen dagelijks contact werd opgenomen met een centrale post te Zierikzee. Een rapportenboek zal ter leniging bij dit schrijven worden gevoegd. Mogelijk kunnen daarmee nog nodige gegevens worden geput. Dreischor De wachtmeester der Rijkspolitie G. C. v. Felius, destijds te Dreischor, rapporteerde het volgende: "In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, had ik nachtdienst tot 1.00 uur. Omstreeks 23.00 uur, kwam ik op de haven "Bellaart" waar, zoals ik reeds verwacht had, de gemeentewerklieden bezig waren met het plaatsen van de vloedplanken in de openingen welke toegang geven tot het haven terrein reeds op tijd al zo'n 10 meter over water zijn en reeds stond het water op de haven. De vloed liep toen nog meer naar de uur het water was al hoger gestegen en niemand in de huisjes nabij de haven brandde overal. licht en ik maakte hieruit op dat de bewoners niet naar de 7 dat de bewoners waakzaam waren. Zo nu en dan kwam iemand naar buiten kijken. Omstreeks 24.00 uur stond het water nog plm. 1.5 meter beneden de kruin van de havendijk. Ik gevoelde mij ongerust en dit was blijkbaar ook het geval met de omwonenden die telkens naar de haven kwamen kijken om zich van de stand van zaken op de hoogte te stellen. Ook zij verklaarden nimmer zo'n waterstand te hebben gezien. Intussen kwam ook de Burgemeester van Dreischor per auto op de haven. Overleg met de aanwezigen werd gepleegd, vooral met de mannen van de haven, waarvan enkelen oud varensgezellen. Het was vreemd, hoewel iedereen aanvoelde dat er iets verschrikkelijks gebeuren stond, niemand durfde uitspreken dat binnen enkele uren het water in de polder zou lopen. Overeenkomstig met de nog een poosje aan te zien, want verwacht werd dat de bevolking in paniek zou geraken als zij voor een dreigende overstroming zou worden gealarmeerd. Dat dit toch moest gebeuren stond wel vast, maar toch, men wist het niet. Vreemd was het de gehele polder kon men in het donker te zien. Hieruit bleek dat de bevolking zich te ruste had begeven en zich van geen gevaar bewust was. Met uitzondering van de Polderbesturen, zag men niemand. Te omstreeks 2.15 uur, had het water de kruin bereikt van de "Adriaan Tohannapolder" en begon deze in te lopen. Inmiddels waren toch nog meer mensen op de haven gekomen die zich terstond naar de in genoemde polder gelegen hofstee van Moermond begaven om het vee uit de schuur te redden. Het gezin Moermond was op alles voorbereid, mede ook omdat Moermond dijkgraaf der polder was. Een paar mensen begaven zich naar de dijk tussen de Adriaan Tohannapolder en de Betweaardse polder om de gaten in de dijk met de daarvoor bestemde vloedplanken af te sluiten. Intussen stroomde het buitenwater over de gehele lengte van de dijk aan de zuidelijke kant van het Dijkwater totdat er korte tijd aan de binnenkant der dijk een paar gaten waren uitgespoeld en het water met geweld de dijk doorbrak. Het vee van de landbouwer Moermond dat inmiddels naar de dijk was gebracht, kon er van voren weernamen om het water weer in te lopen en dit vee verdronk. Door deze dijkdoorbraak zakte het water in het Dijkwater enigszins. Ondertussen werden de bewoners van Dreischor, door de op de haven aanwezigen gewaarschuwd. Dit geschiedde telefonisch, te voet en per auto. bleek pas hoe sterk de mensen op de dijken vertrouwden. Bijna allen sliepen zo vast dat zij moeilijk wakker te krijgen waren. Na het wakker geraken met weinig overstuurs. Men besprak het gevaar met de buur mensen en een beschut plekje achter het huis. Velen gingen zich eerst zelf aan de haven overtuigen van de toestand. Niemand, een hoge uitwatering daarentegen, maakt een aanstalten om terstond, enigszins bereid, om te vluchten naar hogere gelegen plaatsen. Nadat ik de bewoners in de buurt waar ik woonde, had gewekt, ging ik naar huis om mijn vrouw in kennis te stellen met het gevaar dat ons bedreigde. Ik vroeg haar of zij bij de haven wilde gaan kijken maar daar gevoelde zij niet veel voor. Ik had haar die vraag niet gesteld, als ik er zelf van overtuigd geweest was ons geen gevaar dreigde. Zelf heb ik mij daarna wederom op weg naar de haven begeven, woonde a.d. Boogerdweg, XX Halverwege de Boogerdweg gekomen hoorde ik in de verte geruis, dit was het geluid als bij een film, ke hagelbul. Ik bleef stil staan en trachtte in het donker te zien. Dat geluid kwam uit oostelijke richting en geen kant op een film. Korte afstand een zilveren band van-naar het mij voorkwam-ongeveer een meter hoogte, als over de grond nader kwam rollen. Ik rende naar huis terug en riep mijn vrouw de kinderen uit bed te halen. Wij kleedden de kinderen vlug aan, pakken een paar dekens en liepen allen de weg op in de richting van de dijk. Het duurde misschien vijf minuten om de kinderen te wekken en buiten te komen, doch in die tijd stroomde het water reeds ter hoogte van een halve meter over de Boogerdweg westelijke richting. Het was voor ons niet mogelijk ons staande te houden. Met de stroom me bereikten wij weer de achterdeur en liepen naar de hall aan de voorzijde der woning 8 .woning waar wij via de trap de zolder bereikten. Het water barstte toen reeds door de kieren van de deur en de brievenbus. Nadat wij boven waren gekomen, ging ik terug naar beneden om brood, boter en een mes. Ook bracht ik een schoonmaaktrapje naar boven om daarmee zo nodig de vliering te kunnen komen. Ook een wekker en pendule bracht ik nog boven. Aan drinkwater dacht ik niet en evenmin dacht ik om bepaalde waardevolle voorwerpen als radio en schrijfmachine te redden. Toen ik nogmaals naar beneden wilde om goederen te redden hield mijn vrouw mij daarvan terug. Na ongeveer een uur had het water in mijn woning een stand van plm. 1.25 bereikt en alles dreef op de gelijkvloerse verdieping doorheen. Naar buiten kijkende, zagen wij koelen en paarden langs ons huis zwemmen. De beesten maakten geen geluid. Dit eerste uur verdronken al mensen bij hun pogingen om op de dijk te komen. Omstreeks 6.00 uur zakte het water plotseling ongeveer 30 cm. Naar later bleek moet toen de 'Polderdijk' begeven zijn. Tot omstreeks 16.00 uur van 1 februari, bleef het water op een constant peil. Daarna kwam de vloed weer opzetten, hetgeen in de ondergelopen polders goed merkbaar was. Op die Zondag zagen wij een gezin, bestaande uit man, vrouw en drie kinderen, staande op de zolder van hun uit twee gescheiden woning op een afstand van ongeveer 150 meter ons huis voorbij drijven. Zij kwamen gelukkig bij een woning waar zij door op de zolder verblijvende mensen konden worden gered. Ter heers te Zondag in de omgeving en sinistere stilte. Hoewel wij aannamen dat veel buren eveneens op hun zolder verbleven, hoorden er door niemand een poging ondernomen om door roepen of anderszins contact met elkaar te krijgen. Buiten de ring van het dorp, die naar later bleek was drooggebleven, moest er die Zondagnamiddag heel wat zijn afgespeeld. Steeds zagen wij het water rijzen zelfs tot over het dak van de buurt staande woningen. Omstreeks 19.00 uur, het was toen donker, hoorden wij enige mensen in de buurt om hulp schreeuwen. Het was niet om aan te horen. Nadat dat geschreeuw een poosje had geduurd, stierf het geluid langzaam af. Wij hebben getracht op de vliering van ons huis zo goed en zo kwaad het ging de nacht door te brengen. Het water steeg nog steeds en reikte uiteindelijk tot plm. 60 cm van het plafond. Het was een vreselijk gezicht als men naar buiten keek in die diepe duisternis en het water vlak bij in hun huis. Zo nu en dan wierpen grote golven stukken wrakhout tegen mijn woning. Wij vielen toen nog in slaap en toen ik plm. 22.30 wakker werd zag ik bij het schijnsel van mijn zaklantaarn dat het water iets was gezakt. Wij sliepen weer in en pas de andere morgen, bij het licht, worden wij wakker. Toen wij naar buiten keken, zagen wij op een afstand van ongeveer 30 meter wrakhout en buis, twee op een vlot op en half vast zat en dat dit de mensen waren die de vorige avond om hulp hadden geroepen. Tuur huis was toen ingestort. Deze mensen, reeds op leeftijd, hadden de gehele nacht doornat, op het vlot een stuk zolder van hun huis doorgebracht. Zij zagen blauw van de kou en zij zagen er door en door verkleumd uit. Wij konden die mensen niet helpen en het stond nog 2.5 a 3 meter water. Later bleek dat het water niet weer kon zakken omdat de voet van de dijk was blijven zitten (een drempel). Bij normale vloed kwam ook geen water meer in de polder. Het scheen dat de mensen na deze moeilijk nacht weer hoop hadden gekregen. Tolderaar en werden door versproken en er werd naar elkander gezwegen. Wij zagen ook een uitweg, dat was morgen het dag toen ik zag dat de peilboot van de polder, vanaf de haven de polder invoer om nog meer te redden. Het stroomde nog hard en de bemanning van de boot kon deze bijna niet vooruit krijgen. Wij zwaaiden met lakens en de mannen in de boot opmerkzaam te maken op de nood verkeren de mensen op het vlot. Deze schreeuwden wij do te houden. Kort daarna werden die mensen met de boot meegenomen en gehaald. Op maandag 2 februari omstreeks 13.00 uur werd ook ik met mijn gezin door de peilboot uit de woning gehaald en aan de dijk 9 gezet. De ergste in nood verkerende mensen waren toen gered. Hulde aan de bemanning dier boot. Spoedig daarna kwamen van alle zijden vissersboten ter hulp die het reddingswerk in de gehele polder op zich namen. Door vliegtuigen werd toen ook voedsel uitgeworpen. De overlevenden zijn spoedig per vaartuig naar elders afgevoerd. Gedurende de tijd dat vele bewoners een toevlucht hadden gezocht op de Dreischorsedijk, werd door vliegtuigen voedsel uitgeworpen. Door mij moest daarbij in enkele gevallen mensen worden opgetreden omdat tussen de mensen ruzie was ontstaan over de verdeling van het voedsel. De een verweet de ander dat hij de meeste boter voor zichzelf gehouden had. Deze mensen, die niet eens zelf in het water hadden gezeten maar wel de ramp hadden meegemaakt en de gevolgen ervan hadden gezien, maakten toen weer eens gebruik van enige pakjes boter. Later is mij gebleken dat er toen werkelijk mensen op die dijk waren die zeker 15 pakjes boter in de wacht hadden gesleept. Deze ramp heeft wel geleerd dat men de mensen bij te verwachten stormvloeden, vroegtijdig, desnoods met geweld naar de hoogst gelegen plaatsen moet brengen. Ze moeten zijn nu omgekomen omdat zij op de vlucht waren verrast door het water en omdat hun woningen te laag waren om op de lage plaatsen hun dienst te verrichten. Nadat de bewoners waren geëvacueerd, hebben militairen de eerste dagen de bewaking van het dorp op zich genomen. De politie over een motorboot kon beschikken is daarmee in de polders Dreischor gesurveilleerd. Verschillende slachtoffers werden met die boot geborgen. De politie nam tijdelijk haar intrek in een woning van een evacué op de haven Bellaart, totdat na het droogmalen der polder naar de eigen woning kon worden teruggekeerd. Noordgouwe De polder Noordgouwe overstroomde niet. Wel heeft geruime tijd een overstroming gedreigd door zwakke plekken (kakkersweel) in de Schouwsedijk. Het peil van het polderwater was echter wel sterk gestegen (geen afvoer) terwijl de polderkades tussen Noordgouwe en Zonnemaire, lange tijd gedeeltelijk onder water heeft gestaan. Wegens het dreigend gevaar werden de bewoners grotendeels geëvacueerd. Ook het ziekenhuis werd ontruimd. De plaatselijke politie werd versterkt omdat veel bewaking nodig was. Bijzondere feiten deden zich niet voor. Kerkwerve De te Kerkwerve gestationeerde wachtmeester der Rijkspolitie rapporteerde het volgende: "Op Zondag 1 februari 1953 omstreeks 7.00 uur, werd ik gewekt door telefoon gerinkel. Ik kreeg toen de hoofdonderwijzer Van der Vegt, wonende te Moriaanshoofd, aan de telefoon. Deze deelde mij mede dat in zijn omgeving de sloten vol water liepen en dat ook de Provincialeweg Zierikzee-Renesse op verscheidene plaatsen werd overstroomd. Naar hij van omwonenden had vernomen zou ergens een dijk doorbraak zijn ontstaan. Zelf wist ik evenmin dat een dijk doorbraak was ontstaan. Ik heb Van der Vegt verzocht de mensen in zijn omgeving te waarschuwen en heb mij begeven van het water reeds over de zeedijk te begeven. Er stond het over de Verseputseweg in de richting van Moriaanshoofd (per rijwiel gereden). Op de eerste werd mij al door de landbouwer P. bij de Vaate medegedeeld dat het niet meer mogelijk was Moriaanshoofd te bereiken omdat het water reeds over de Verseputseweg werd voortgestuwd in de richting van de kom der gemeente Kerkwerve." 10 Nabij de hofstede van St. v.d. Wekken gekomen zijnde, zag ik dat aldaar de Verseputseweg reeds onder water liep en ik moest terug keren. Op mijn terugreis heb ik diverse omwonenden met de overstroming in kennis gesteld en thuis gekomen zijnde stelde ik de te Zierikzee wonende burgemeester van Kerkwerve, telefonisch met de toestand in kennis. Deze deelde mij mede niets te weten van een dijkdoorbraak maar dat er in de vroege morgen bij hem water in de woning was gekomen (Oude Haven). De Groepscommandant der Rijkspolitie te Brouwershaven was telefonisch niet te bereiken. Verder heb ik de telefoondienst te Zierikzee en Kerkwerve verzocht de telefoon open te stellen, opdat de inwoners die telefonisch waren afgesloten, tijdig konden worden gewaarschuwd. Telefonisch zijn op die wijze de bewoners gealarmeerd. Spoedig had het binnenstromende water de kom der gemeente bereikt. In overleg met de burgemeester, en in samenwerking met enige bewoners van het dorp, zijn de mensen die nog te bereiken waren gealarmeerd. De meesten hebben zich toen per rijwiel of te voet naar Noordgouwe en Brouwershaven begeven. Veel vrouwen, kinderen en hulpbehoevenden zijn door onze zorg over de Noordgouwe overgebracht. Dit vervoer kwam nog laat die avond op gang. Het dorp Kerkwerve werd door de politie, vanuit Zierikzee, vrijwel dagelijks per motorboot besurveilleerd. Aangezien er vrijwel het gehele dorp onder water kwam te staan, was het niet moeilijk op het dorp een politiepost te vestigen, temeer daar er niemand woonde ter verzorging van het personeel. Reeds spoedig deed zich de noodzaak aan gevoelen een vast politietoezicht te vestigen te 'Flaauwers aan de haven en wel in het café de Herenkeet. De exploitant daarvan was ter plaatse gebleven. Zijn huis stond tamelijk veilig op de zeedijk. Deze politiepost was niet alleen nodig voor het bewaken der verlaten eigendommen in de omgeving van Moriaanshoofd maar diende ook om een oogje in het zeil te houden op de gedragingen van de vele arbeiders die inmiddels waren ondergebracht in het kamp dat was gebouwd bij de inlagen aan de zeedijk. Het waren arbeiders van de Noordelijke provincies die eerst waren ondergebracht maar waarvan velen een groot deel hun weekloon in sterke drank omzetten. Dikwijls was het de politieambtenaren dronkenschap maar de in het huis verblijvende politieambtenaren zijn altijd de baas gebleven, dank ook zij het krachtig optreden van de bootsman van de waterschap die, worstelaar geweest zijnde, over een enorme kracht beschikte. Hij was gevestigd langs de Zuidkust van Schouwen en dit heeft er zeker toe geleid dat zich geen excessen hebben voorgedaan. De politie was ermede door de verschillende invloeden die op de politie werden. Vermeld nog worden dat ook de politie de post 'Flaauwers over een draagbare radio- zend en ontvangstapparaat beschikte waarmee een keer per dag contact werd opgenomen met de centrale post te Zierikzee. Kort nadat de polder Schouwen was drooggevallen, is de post Flaauwers opgeheven. 11 Serooskerke De tijdens de rampnacht te Serooskerke woonachtig zijnde wachtmeester der Rijkspolitie, rapporteerde het volgende: "Het was omstreeks 4.00 uur in de morgen van zondag 1 februari 1953, dat op het dorp Serooskerke bekend werd dat het water in de Oosterschelde zo'n hoge stand had bereikt, dat het over de zeedijk spoelde. Door het luiden der kerkklok werden de inwoners der gemeente op het naderende onheil opmerkzaam gemaakt. Vanuit de gemeente Renesse werd weldra hulp geboden. In verschenen auto's werden mede mensen en dieren naar de veilige duinstrook werden vervoerd. Vele inwoners echter, de ernst van de toestand niet inziende, waren niet bereid hun dorp met de steek te laten. Van uur tot uur steeg het water, bij de haven (Scheelhoek) in de vroege morgen de havendijk was doorgebroken en het zeewater met kracht de polder Schouwen instroomde. Omstreeks de middag stonden reeds alle wegen onder water, zodat de kern van het dorp geïsoleerd was. Er waren toen nog 17 mensen op het dorp aanwezig. Bijzonder bevonden zich de families Prince, Pol, Lagemaat, Reijnhout en de Vries, met enkele middenstanders die hun zaken niet in de steek konden laten. Steeds kleiner werd de droge oppervlakte en het dorp en al spoedig was het water zover gestegen dat ook de hoogste etage woningen niet droog meer bleven. Mijn gezin had zich tijdig te Renesse in veiligheid gesteld maar zelf was ik te Serooskerke gebleven om te waken tegen mogelijke misdrijven tegen goederen van gevluchte mensen. Nu het water zo hoog steeg waren door allen een goed heenkomen gezocht op de zolders, door zolders en daken werd de omgeving verkend. Het bleek dat verschillende woningen in de omgeving van de Scheelhoek reeds in de golven waren verdwenen. Wat was er van de bewoners van die huizen terecht gekomen? Angstig vragen, waarop geen antwoord gegeven kon worden. Bij het invallen van de duisternis bleek alles nog erger. Steeds was te horen het bruisen van de golven, het bonken van het wrakhout tegen de gebouwen en af en toe een hond in de omgeving van het dorp. Omstreeks middernacht had het water zijn hoogste stand voor die nacht bereikt. Het was een opluchting te kunnen constateren dat het water ging zakken. Toen het de volgende morgen licht werd, was het water zover gezakt dat de kerk weer bereikbaar was. Een gedeelte van de kerk was zelf droog gebleven. Al spoedig brandde de een werkende van water om hun onheilen geschraagd om de verkrleumde. Leden met wat er ten permitte te brengen. Er werd besloten dat wij, indien er geen hulp kwam opdagen, de nacht in de kerk zouden doorbrengen. De kerktoren diende ons toen als uitkijkpost. Van uit die toren was goed te zien wat het water reeds voor schade had aangericht. Die dag en de daaropvolgende nacht werd in de kerk doorgebracht. De wereld scheen uitgestorven. Water, niets dan water. In de morgen van dinsdag 3 februari, zagen wij alle soorten van vaartuigen in actie komen waarmee de bewoners van de in de omtrek staande huizen werden weggehaald. Omstreeks de middag verscheen een motorboot in het dorp, waarmee later geassisteerd door een motorboot, allen naar de haven "Flaauwers" werden overgebracht, waar vissersschuiten gereed lagen voor evacuatie naar elders. Zelf ben ik per boot naar Renesse gevaren alwaar ik mij bij mijn gezin heb gevoegd 12 .Toon na enkele dagen mensen en levende dieren in veiligheid waren gebracht, werd een aanvang gemaakt met het bergen der goederen uit de woningen. Hierbij hebben de pramen der "Krommeniërs" een grote rol gespeeld. Zij, ieder geschikt tij vertrokken zij uit Renesse, waar de boten en hun bemanning gestationeerd waren. Beladen met geredde goederen keerden zij te Renesse terug. Winkel en fiets waren onder mij met die pramen meegemaakt om onregelmatigheden te voorkomen. Ontbloot omdat er gevaarlijke stromingen liepen en veel obstakels zich juist onder de oppervlakte van het water bevonden. Zo verliet op zaterdag 14 februari 1953, omstreeks 16.00 uur, een overbeladen praam met 14 mensen aan boord, Serooskerke. Een ieder een goed plaatsje van de reis naar Renesse aan te vangen. Zodra de praam uit de luwte van de woningen kwam, begon het water met kleine plasjes over de zijboorden in het vaartuig heen te slaan, zodat een aanvang werd gemaakt met hozen. Hoewel dit aanvankelijk niet onrustbarend was bleek al spoedig dat steeds meer water het vaartuig binnen kwam, zodat met twee man gehoosd moest worden. Het ongerust makende vaarter even, het hadden de last voor het vaartuig te zwaar en open es voelden wij het schip onder ons voeten wegzakken dieper en dieper. In. Alle opvarenden kwamen in het drie meter diepe en ijskoude water terecht. Een probeerde zich drijvende te houden aan een kist, de ander zocht op een matras of bed een goed heenkomen. Door wind en stroming dreven deze voorwerpen al spoedig uit elkaar, zodat onderling geen hulp meer geboden kon worden. De praam kwam van de bodem maar boven gekeerd weer aan de oppervlakte. Al spoedig hadden enkelen daarom geen goed heenkomen gezocht. Dit bleek echt een wankele positie, want het vaartuig kantelde van de een naar de andere zijde. Het zag er vooral voor de ouderen ongeschikt uit. Enkele hielden al op en een bed of matras zat, zakten steeds dieper naar de bodem. Dat het water reeds spoedig tot de hals reikte. Wonder boven wonder kwam al spoedig redding opdagen. Een enkele praam, die in de omgeving van Serooskerke goederen had geladen, kwam ter plaatse. De bemanning daarvan kon alle drenkelingen binnen boord halen. Na een half uur varen kwamen zij aan, verzwakt van de koude te Renesse aan. Niemand heeft van dit ongeval nadelige gevolgen ondervonden. De anderen werden de zonken pannen opgehaald en kon daarmee wederom worden gevaren. Als voorzorgsmaatregel werd in het vervolg door alle pramen een zeelui meegedragen. Uiteraard gingen wij bij het zinken van de praam alvorens naar de gevangen verlies, want het meeste goederen toebehoorden, een groot verlies was. De namen der personen die met het eendermogende vaartuig verongelukten waren: de heren Fokker, Moelker, Berrevoets, vd Male, W. Berrevoets, A. Berrevoets, vd Houten, van Popering, JJ, Vd, Schelde, vier bemanning leden en zichzelf. Tot zover het relaas van de wachtmeester Mieras. Bij de haven Scheelhoek verdronken enige personen. Anderen zijn op de zeedijk tussen Scheelhoek en Flaauwers gevlucht. Deze mensen, moeten onnoemelijk zwaar geleden hebben. Onbeschut voor water en koude (sneeuwbuien) hebben zij in de dagen en nachten op de dijk doorgebracht. Twee kinderen stierven ter plaatse en moeten later door de ouders worden achtergelaten. De politie te water haalde de lijkjes later op en vervoerde deze naar Zuid-Beveland. 13 Brouwershaven De opperwachtmeester der Rijkspolitie te Brouwershaven deelde o.m. het volgende mede: "In de vooravond van 31 januari 1953 werd ik door de Rijkspolitie telefonisch gewaarschuwd dat een zeer hoge vloed werd verwacht. Ik waarschuwde de aan de haven wonenden en de gemeente autoriteiten die belast waren met het afdammen der op de haven uitkomende straten. Te 22.00 uur die avond zette de vloed sterk door en nam de n.w. storm toe. De aan de haven wonende mensen brachten voor deuren en ramen de nodige bekisting aan. Spoedig was het havenplein overstroomd, hetgeen bij hoge vloed en stormvrijwel regelmatig gebeurde. Die nacht echter kwam de vloed zo hoog, dat deze te 2.30 uur een onbekende hoogte stand bereikte en nog bleef het water opkomen. Kort daarop zag ik bij mijn overburen aan de overzijde der haven (genaamde opperwachtmeester woonde haven n.z.) dat de damplekken niet hoog genoeg waren en het water over de planken heen de woning binnen stroomde. Plotseling hoorde ik geraas naast mijn woning en toen ik polshoogte ging nemen, zag ik dat de straat naast mijn huis verdwenen was en dat het water onder de daar op de staande straat door en daarover heen spoelde. Het water stroomde de buitenmuren van mijn huis en achterliggende polders binnen. Ik zat met mijn gezin in mijn woning gevangen. Het water was zo hoog tegen de voordeur (havenzijde) van mijn woning gestegen dat het over het raamkozijnen naar binnen stroomde. Met veel moeite is het mij gelukt mijn enige goederen van de benedenverdieping naar de zolder te brengen. Kort daarna werd de naast mijn woning staande vismijn door het water vernield en ging het elektrische licht uit. Op de bovenverdieping van mijn woning heb ik toen met mijn gezin de nacht doorgebracht. Omstreeks 6.30 in de morgen van 1 februari 1953 was het water zover gezakt dat ik mij weer gelijkvloers in mijn woning kon ophouden. Het bleek mij toen dat de telefoon was gestoord en dat naast mijn woning door het in de polder gestroomde water een gat was ontstaan van 1,5 meter diepte. De polder achter mijn huis was geheel vol gestroomd en het water stond ook tegen de achterzijde van mijn huis. Ik verliet mijn woning door een raam aan de voorzijde en stelde een onderzoek in naar de gevolgen van de ramp. De oostelijke havendijk bleek te zijn doorgebroken. Daarin was een gat van 20 à 30 meter ontstaan. Ook bleek later dat de zeedijk, noordelijk van Brouwershaven was doorgebroken waardoor een daar aanwezige zij poldertje was ondergelopen. Ik ontmoette de wachtmeester 1e klasse Jonker, die mij meedeelde dat in de afgelopen nacht vermoedelijk 3 personen ten gevolge van de hoge vloed waren omgekomen en zij uit hun woning op weg waren naar een hoger gedeelte van Brouwershaven. Dit zouden zijn Janna de Noodijer met haar dochtertje en een dochtertje van Jan de Tonge. Genaamde wachtmeester stelde hieraan een onderzoek in. Voorts bleek mij dat het pand van de groenteman Relaas van Riek, aan de Noordstraat geheel was ingestort, terwijl verschillende andere woningen aan de Markt de funderingen waren weggespoeld. Ook het raadhuis was ondermijnd en het bordes was ernstig beschadigd. De onder de straten liggende aansluitingen der waterleiding, telefoon- en lichtkabels werden dermate beschadigd dat deze niet meer functioneerden. De bevolking was onrustig en er kwamen vluchtelingen uit de omliggende gemeenten en de polder Schouwen, welke polder gaandeweg overstroomde ten gevolge van een dijkdoorbraak bij Scheelhoek. 14 In het stadhuis trof ik de leraar wethouder, die mij mededeelde dat de burgemeester uiterst ernstig was en dat hij diens taak vervulde. Hij verzocht mij hem met raad en daad bij te staan. Drinkwater door het hoge water veel regenbakken waren bedorven en de waterleiding niet meer werkte, was een eerste vereiste te zorgen voor drinkwater. Daar alle communicatie middelen waren uitgevallen, besloot men dat de twee veehouder met een in de haven liggende boten naar Dordrecht zou varen om vanuit de gemeente de waterlist enz. aan te voeren. Inmiddels werd de toeloop van vluchtelingen uit het overstroomd gebied steeds groter, waarom besloten werd de schippers van de in de haven liggende schepen te verbieden weg te varen. Zij werden aangeraden zich gereed te houden voor vervoer van vluchtelingen en onbehuisden. Er was intussen bericht gekomen dat de polder Dreischor was overstroomd en dat veel mensen daar in nood verkeerden. Er werd contact opgenomen met de schippers van de in de haven liggende boten "Metto" en "Sterma", die beschikten over roeiboten. Deze roeiboten werden ter beschikking gesteld en met spoed per vrachtauto naar Zonnemaire vervoerd waar zij werden bemand en in de Dreischorpolder te water gelaten. De wachtmeester 1e klasse Jonker rapporteerde mij dat hij de lijkjes van de twee verdronken kinderen had gevonden. De reserves der Rijkspolitie Kort uit Noordgouwe komt naar Brouwershaven en meldde mij dat de gemeente Noordgouwe direct moest worden overstroomd. Er werd echter met men en macht gewerkt om het gevaar te keren. Het kritieke punt zou zich in de Schouwsedijk bij "Kakkersweel" bevinden. Ook waren te Noordgouwe veel vluchtelingen uit Dreischor aangekomen die onderdak gebracht moesten worden. Behalve veel vluchtende mensen komt ook veel vee naar Brouwershaven. Dit verhoogt echter het drinkwater probleem. Op 2 februari wordt door de wachtmeester 1e klasse Jonker het lijk gevist van de verdronken vrouw. Er wordt een begin gemaakt met het dichten van het dijkgat in de havendijk. Er zijn materialen en deskundig werkvolk doen dit werk slechts vlotten. De droog gevallen huizen werden weer schoon gemaakt. Des avonds van die dag kwam de burgemeester in de gemeente. De Nationale reserve wordt voor het verlenen van bewakingsdiensten opgeroepen en plannen opgemaakt voor het evacueren van mensen en vee. Voorts wordt bevolen dat alle valide personen de volgende dag moesten medewerken aan het dichten van het gat in de havendijk. Op 3 februari was er nog geen contact met andere plaatsen dan die in de corridor. Het gelukte mij het gat in de dijk te dichten. Er werden voorzieningen getroffen om de gemeente Zonnemaire te behouden voor het binnenringen van het uit de polder Schouwen. Hiertoe werd aan de provincieele wegen een bekisting met zandzakken aangebracht. Op 3 februari kwam een verkenningsvliegtuigje malen over Brouwershaven gevlogen. Binnen een uur daarna kwamen andere vliegtuigen met drinkwater naar beneden worden geworpen. Deze vaten vielen echt allemaal stuk. Later kwamen vliegtuigen met zandzakken. Ook werden toen een parachute's vaten met water uitgeworpen. Er werd op de haven een lokale ruimte voor noodziekenhuis en er kwam een Rode Kruis afdeling. Des namiddags wordt in het stadhuis een vergadering gehouden waarbij behalve de burgemeester enkele notabelen uit de gemeente worden ingelicht over het al of niet volbrengen van hun terugblik. De bespreking duurt lang, een besluit van de naar voren moet zijn de initiatieven van rijks en ziekenhuis voor evacuatie de plicht verlicht was. Er werd veel heftig gestudeerd doch tenslotte werd besloten aan het bevel te voldaan. Op 6 februari werd met de evacuatie begonnen, Er komt een grote aanvoer van zieken uit het ziekenhuis Noordgouwe. Een hospitaliteit hop en rede naar kan tengevolge van de lege waterstand (!); niet te binnen komen. 15 De zieken werden toen naar het havenhoofd vervoerd en op brancards over de slikken in een klein bootje gebracht waarmee zij naar het hospitaalschip werden vervoerd. Daar het kerkhof overstroomd is, worden de gestorvenen tijdelijk begraven in het "Slingerbos". Op 6 februari 1953 bezocht Prins Bernhard de gemeente. Het Koninklijk jacht "Piet Hein" en het jacht "Silzan" komen in de haven en daarmee worden de laatste zieken afgevoerd. Op 7 februari wordt te Brouwershaven een mobilofoon gestationeerd, zodat door middel daarvan contact met Zierikzee kan worden onderhouden. Ook komen pontonniers met vlotten voor patrouille in de polder Schouwen. Met politieversterking is orde en rust in en om Brouwershaven gehandhaafd en werd gewaakt tegen diefstal vanuit verlaten eigendommen. Gedurende de tijd dat Schouwen onder water staat, zal met vlotten worden gepatrouilleerd. Ik moge aan dit relaas toevoegen dat, naarmate de toestand op Schouwen-Duiveland duidelijker werd en gezocht moest worden naar verbindingswegen tussen de dorpen onderling, de weg Zierikzee, Noordgouwe, Zonnemaire, Brouwershaven, Scharendijke en de Westhoek een zeer belangrijke rol heeft gespeeld. In de eerste maanden kon alleen worden beschikt over een zandweg aan de noordkant van Schouwen. Voor personenauto's niet bruikbaar. Voorts kon van de weg langs de Langeweg en de Westhoek de traversee door Brouwershaven leverde door de smalle straatjes veel moeilijkheden op. Duivendijke Aldus rapporteerde de te Duivendijke wonende wachtmeester der Rijkspolitie (woonende te Looperskapelle): "Op zaterdag 31 januari 1953, werd mij omstreeks 23.00 uur medegedeeld door de heer Padmos, die te Brijdorp woonde, dat op de Zandweg ten gevolge van de storm telefoonkabels waren omvergewaaid. Deze palen lagen over de weg en belemmerden het verkeer. Met genoemde Padmos ruimde ik de palen op door ze naast de weg te rollen. Omstreeks 01.15 uur heb ik mij naar het postkantoor te Looperskapelle begeven om na te gaan welke telefoonverbindingen waren verbroken. Het bleek toen dat alle verbindingen, behalve die met Scharendijke, waren verbroken. Op 1 februari omstreeks 0.45 uur doofde het elektrisch licht, vermoedelijk was door de storm een storing ontstaan in het bovengronds net. Omstreeks 4.00 uur werd mij door de smid van Bommen te Scharendijke medegedeeld dat de toestand bij de haven aldaar gevaarlijk was. Van Bommen was met zijn auto naar mij toe gekomen op verzoek der burgemeester. Ik waarschuwde de burgemeester, die ook te Looperskapelle woonde en reed met Van Bommen mee terug naar de haven. Aldaar deelde de havenmeester C. de Voogd mij mede dat omstreeks 3.00 uur de technisch ambtenaar en het hoofd van het waterschap Schouwen, de heer Ringberg, wonende Rampart te Scharendijke, waren gewaarschuwd en ook de bewerking van Scharendijke. De heer Ringberg van de toestand aan de havendijk slechts was met motorchip "Dirk" probeerde. Wij zagen de diepgang door te nemen, maar bleek dat de toestand aan de havenschegoegien beslagen en beukt tegen een dam. Wij probeerden met veel moeite en met levensgevaar de Jong van de Jong, na uren van hard werken, van dat dijkje weggehaald. Toen het water later begon te zakken kon het vaartuig worden vastgelegd. 16 Toen het water de hoogste stand had bereikt, liepen de uitlopers der golven over het havendijkje heen de polder Schouwen in. Zelfs planken en balken werden over de dijk gespoeld. Bij navraag bleek mij dat alle bewoners van Scharendijke gewekt waren en enige inwoners bevonden zich bij de wegbrug op het haventerrein. De zee was angstwekkend om aan te zien. Het kokende water steeg tot dicht bij de bovenkant van de betonnen muur op de zeedijk. Toen het gevaar echter geweken was ben ik naar Looperskapelle teruggegaan. Omstreeks 7.00 uur werd ik vanuit Scharendijke opgebeld door de heer Ornee. Deze deelde mij mede dat de waterstand in het toegenomen lage land van Schouwen sterk opliep. Per rijwiel heb ik mij toen in de richting van dit Lage land begeven en ik zag dat de waterstand inderdaad abnormaal hoog was in sloten en watergangen. Ik rapporteerde dit aan de burgemeester. Kort daarna kwam er bericht dat de Schouwsedijk tussen 'den Ossen' en Brouwershaven (binnen)dijk een punt stond door te breken en dat er onmiddellijk arbeiders naar toe moesten om te helpen een ramp te voorkomen. Er zijn toen enige voertuigen en arbeiders geëquipeerd die naar bedoelde plaats werden gezonden. Per jeep reed ik mede naar die bedreigde plaats. Aldaar zag ik dat het wegdek op de Schouwsedijk geforceerd was. De binnenzijde van de zeedijk was vernield. Bij de Langeweg was de binnenzijde van het dijklichaam weggespoeld door het overslaande water. De weg langs de Lange dijk was hierdoor verspreid. Wederom in het Lage land gekomen zag ik dat de waterstand snel opliep. In overleg met de burgemeester werd besloten de bevolking te waarschuwen zich voor vertrek gereed te houden daar het te voorzien was dat de gemeente zou worden overstroomd. Op 1 februari 1953, omstreeks 12.00 uur, was het water Brijdorp en Looperskapelle zo sterk genaderd, dat door mij aan verschillende gezinnen opdracht is gegeven naar Renesse te vertrekken. Ik heb vervolgens verschillende houders van tractoren en voertuigen aangezegd de bevolking naar het duingebied te vervoeren. Ook raadde ik landbouwers aan hun vee naar de duinen te Scharendijke te drijven. Daar het water te Brijdorp eerder kwam dan te Looperskapelle, werd eerst Brijdorp ontruimd. Daar de bevolking reeds des morgens was gewaarschuwd geworden ging de ontruiming tamelijk vlot. Toen ook het water Looperskapelle bereikte ben ik met mijn gezin eveneens naar Renesse afgereisd. De evacuatie moest geschieden langs de slapendijk aan de Noordkant. Er zijn te Duivendijke geen verdrinkingsgevallen voorgekomen. Er kon veel vee worden gered. Een slechte buur maakte een landbouwer in deze gemeente die, hoewel daar de mogelijkheid bestond om het grootste deel van zijn vee naar de zeedijk te drijven, zich kennelijk van het lot van zijn vee in zijn schuur niet veel aantrok. Nog dagen later stond dit vastgebonden in het inmiddels in de schuur en moest door vreemden worden geborgen voor zover het niet was omgekomen. Vanuit Renesse is daarna door mij met behulp van door pontonniers bediende vletten, regelmatig dienst gedaan in het ondergelopen gebied van de gemeente Duivendijke. De haven Scharendijke was gedurende de eerste weken de enigste haven in Westelijk Schouwen waarmede de Burghsluis door de dijkdoorbraak niet te bereiken was. Het is dan ook de haven te Scharendijke geweest waar het nog geredde vee werd ingeladen en met schepen werd vervoerd. Omdat op de dorpen Renesse, Haamstede en Burgh geen voldoend voedsel voor het vee aanwezig was, moesten veel landbouwers een gedeelte van hun veestapel eveneens doen afvoeren. Toen begonnen werd met het bergen van paarden, werden eerst de greven op de duingronden te Renesse en Haamstede werkend schepen deze cadavers ophalen voor vervoer naar een destructiebedrijf in Holland. Soms lagen op een cadavers dagen op de haven terrein te Scharendijke en dat was soms ondraaglijk. Alle benodigdheden voor de Westhoek werden per schip te Scharendijke aangevoerd. Voor de haven in het Brouwershavensegat lag een vaartuig dat een sterke radiozender was uitgerust. Scharendijke was vrijwel ontruimd. 17 Het ..... was echter open. Dit was bij hoog water slechts over een stellage te bereiken> In dit cafe huisden bewakingsdiensten van de politie en de nationale reserve. Voor de op de haven werkzame arbeiders was het open blijven van dit cafe een grote uitkomst. Op het haven terrein werd een politiepost ingericht ter controle op het verkeer van en naar de Westhoek dat aan een vergunning gebonden was. Immers werden voor het verblijf in de Westhoek door vreemden verblijfsvergunningen vereist! De haven Scharendijke was dus die eerste maanden een belangrijk punt en vanuit Renesse , waar een detachement Rijkspolitiewas, werd de bewaking van de haven verzorgd. Bovendien was deze politiepost op de haven nodig omdat bij laag water het verkeer over de weg langs de lange dijk slechts uit een richting mogelijk was. OP bepaalde uren kon het verkeer uit de richting van Brouwershaven voortgang vinden, vervolgens het verkeer uit de richting van Renesse. Er moest dus verkeersregeld worden opgetreden. Spoedig na de rampnacht werd begonnen met het aanleggen van de z.g. Rampweg over de slapersdijk aan de Noordkant van schouwen. Dit werk vorderde echter langzaam en lange tijd was het verkeer van en naar de Westhoek uiterst moeilijk. Renesse, Haamstede en Burgh Renesse leed slechts gedeeltelijk van de overstromingsramp. Weliswaar kwam het lage gedeelte van de gemeente (Stoopeweg, Moermond en Lagezoom) onder water te staan, doch mensenlevens waren niet te betreuren. Doordat zeer veel bewoners van andere gemeenten en vee naar Renesse kwamen, werd het gemeentebestuur voor een zware taak gesteld deze mensen onderdak te brengen. Gelukkig kon worden beschikt over veel leegstaande zomerhuisjes. Het vee moest maar een toevlucht zoeken op de duinpolders. Er was echter te weinig voedsel en het meeste vee moest dan ook al spoedig worden afgevoerd. In het bos van Van Kloos hetzelfde. Een koe en het is zeer moeilijk geweest dit dier later te bergen. Het moest met een geweerschot worden afgemaakt. Te Renesse werden de duinen, evenals elders op het eiland in grote mate afgelegen, op plaatsen wel 20 meter. Hierdoor ontstond onmiddellijk schaarste een noodsituatie welke spoedige voorziening eiste. Met vanuit vliegtuigen (Amerikaanse) op het strand neergeworpen zandzakken, bracht men noodvoorzieningen aan. Thans zijn de duinen ter plaatse door opstuiving van zand enz. versterkt. Op het strand spoelden zoveel wrakstukken en andere materialen aan dat de burgemeester zich genoodzaakt zag de toegang tot het strand te verbieden. Ten boord, aangetroffen dit verbod werd bij op 10 februari een stormachtig verbracht. Ook te Renesse kwam al spoedig een storing in het elektrisch net en telefoon. In tegenstelling met elders bleef de waterleiding intact. Er werden veel goederen vanuit vliegtuigen neergemikt. Voor bepaalde voedingsmiddelen en benzine en petroleum en steenkolen werd een distributiesysteem ingevoerd. Op de zondag liep steeds het water, de vloed zo hoog dat de Lage en een lage plaats overstroomde. Met dezelfde geschiedde op de Hogezoom bij de heer Harinagem. Te Haamstede liepen de wijken aan de Oost- en Zuidzijde onder water en moest een groot gedeelte der bevolking door de Zee Lieden worden ondergebracht. Ook bewoners uit andere dorpen van Schouwen die te Renesse niet konden worden ondergebracht, vonden te Haamstede onderdak. Op het Oost Haamstede werden geschonken goederen gebracht een detachement militairen (bewakingsposten) voor een veilig onderdak. Militairen onderhielden met radiozenders de eerste dagen contact met de buitenwereld. Per helicopter werd Prins Bernhard een bezoek het ongedaan welvende. Ook andere helicopters bezochten deze dorpen voor het overbrengen van goederen. Ook werd per vliegtuig water gebracht en door auto's verwijderd en aangevoerd. Bij de haven Bruinshuis brak de havendijk door. Ten laatste liep onder en de Meeldijk brak daardoor eveneens. 18 gevolg daarvan was dat in het poldertje waarin het z.g. "Oude Sluishuisje" was gelegen, een tiental mensen verdronken. De bewoners van Burghsluis moesten worden geëvacueerd. Ook de polder Burgh en Westland liep, ten gevolge van deze dijkdoorbraak vol. In de morgen van 1 februari 1953 werden veel slachtoffers te Burghsluis geborgen en vervoerd naar de begraafplaats te Burgh waar zij later zijn ter aarde besteld. Bekend is dat na verloop van tijd een bootdienst van Zierikzee op Burghsluis werd ingesteld. In het begin moest het publiek per roeiboot over het dijk gaat aan de Meeldijk worden overgezet, waarna men te voet naar de haven Burghsluis moest lopen. Ook hier was een politietop met de controleurs of geen personen zonder verblijfspapieren naar de Westhoek kwamen. Zowel te Burgh als te Haamstede werden veel goederen vanuit de lucht aangevoerd. Te Burgh werden deze op het "Hoge Burgh" afgeworpen, te Haamstede op het vliegveld. Er zijn veel goederen afgeworpen die in de Westhoek niet nodig waren. Veel brood werd afgevoerd naar andere plaatsen aan de Westhoek. Na de ramp bleek al spoedig - althans ten gevolge daarvan een vreemde ring in het leven op Schouwen-Duiveland optrad. Veel vreemde arbeidskrachten werden naar dit eiland gedirigeerd en ondergebracht in werkkampen. Onder deze arbeiders bevonden zich veel a-sociale elementen. Het drankmisbruik nam toe en de loonstandaard ging met sprongen omhoog. In bepaalde gevallen werd met geld gesmeten en de arbeidslust kreeg een geduchte knauw. Dit alles heeft ongetwijfeld grote invloed gehad op de gehele samenleving in deze streek. Ook het feit dat sommigen der gedupeerden plotseling over een groot geldsbedrag konden beschikken (vergoeding rampenschade) heeft er toe geleid dat velen de weelde niet konden dragen en zich uitgaven veroorloofden die niet verantwoord waren.

Suggesties

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een bischoppelijk schrijven over de ex-communicatie van NSB-ers

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Glasnegatief van een op schrift gestelde schuldbekentenis inzake een geldbedrag

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende bloedonderzoek volgens de micromethode van prof. Widmark

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Dienstinstructie hoofdcommissaris verkeerspolitie

Vergelijkbare afbeelding

23352_006.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document van de dagorder voor de rouwplechtigheid en crematie van Dr. F.M. Wibaut

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een brief van een inspecteur van politie met een klacht over zijn inkomen

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een brief van een inspecteur van politie met een klacht over zijn inkomen

Vergelijkbare afbeelding

Mededeling van de Hoofdcommissaris over 'Stille Omgang'

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de nieuwjaarsreceptie van koningin Juliana in 1949

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Brief van de hoofdcommissaris

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

16425_007.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende het ondergronds krantje: OZO

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de Ronde van Nederland

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Glasnegatief van een brief

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende de cour van felicitatie door de Nederlandse bevolking en een estafetteloop vanuit Limburg

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een brief van een inspecteur van politie met een klacht over zijn inkomen

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

16425_003.jpg

Vergelijkbare afbeelding

23352_028.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een brief van een inspecteur van politie met een klacht over zijn inkomen

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een indeling van het recherchepersoneel voor de intocht van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina op 30 augustus 1948

Vergelijkbare afbeelding

Generaal-Rapport van de politie over de generale repetitie voor het jubileumfeest in 1948

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document onnodig verspreiden telegrammen

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

23352_018.jpg

Vergelijkbare afbeelding

23352_012.jpg

Vergelijkbare afbeelding

18079_052.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Glasnegatief van een brief

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende de inhuldiging van Hare Majesteit Koningin Juliana in de Nieuwe Kerk te Amsterdam op maandag 6 september 1948

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een voetbalwedstrijd Nederland-Engeland

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Instructie van de hoofdcommissaris betreffende een rally chemische industrie

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document generale repetitie aubade op de Dam

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de Ronde van Nederland

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Dagvaarding voor het verschijnen voor de kantonrechter

Vergelijkbare afbeelding

18098_185.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

36 Diapositieven in een houten doos

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

18079_064b.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende bepalingen in verband met Koninginnedag

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een ondergronds blad van Vrij Nederland

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

a994_0028.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Mededeling van de hoofdcommissaris over tentoonstelling "jeugd van Nederland"

Vergelijkbare afbeelding

23352_031.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een cursus van het Gemeentediploma A en B

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Verslag van een observatie en arrestatie van een brandkasten kraker

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een overzicht van veiligheidsmaatregelen te nemen door de recherche

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document Internationale Vrouwendag

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

39792_0059.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Telexbericht (39792_0059)

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende het ondergronds krantje: OZO

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende meer eenheid in de behandeling van drukpersdelicten

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een openbare bekendmaking inzake de Vuurwapenwet 1919

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Manuscript over "Die strafrechtliche Erfassung der verbrecherischen Internationalität"

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document bloemencorso 7 september

Vergelijkbare afbeelding

Document route plechtige optocht om kroon over te brengen van Olympisch Stadion naar de Dam

Vergelijkbare afbeelding

Tijdschriftartikel met een column over "Toneel"

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende toestemming voor de Rode Kruis-collecte

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Glasnegatief van een brief

Vergelijkbare afbeelding

Document over het Wetboek van Strafrecht

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

De doodstraf en de bijbel

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document beveiliging

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

23352_007.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende geneeskundige verzorging bij de politie

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

23352_017.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende nevenactiviteiten van een politieagent

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende mededeling hoofdcommissaris: programma sportweek voor zaterdag 2 juli 1949

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document over de eerste hoofdcommissaris van Amsterdam, Chr. de Bie

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreft een oproep om een nieuwe politiebond in het leven te roepen

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Manuscript über die Tätigkeit der Internationalen Kriminalpolizeilichen Kommission

Vergelijkbare afbeelding

Brief van de hoofdcommissaris

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Tijdschrift met artikel "Star ambtelijk of ....dwingende noodzaak?

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Mededeling van de hoofdcommissaris over kranslegging bij het Nationale Monument

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de uitgave van de Amsterdamse distributiedienst

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de uitgave van de Amsterdamse distributiedienst

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende bepalingen in verband met Koninginnedag

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Zwart-witfoto's, waarvan er vijf een fotografische vastlegging van schuldverklaringen zijn en één een reproductie van een schilderij, dat als onderpand aan de schuldeiser werd toegekend

Vergelijkbare afbeelding

Zwart-witfoto met de afbeelding van een schuldverklaring, waarin aan schuldeisers verschillende toezeggingen worden gedaan

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een prijsvraag voor Amsterdamse politiemannen

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een herscholingscursus voor brigadiers

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende medeling van de hoofdcommissaris over bestrijding verkeersonveiligheid

Vergelijkbare afbeelding

23352_029.jpg

Vergelijkbare afbeelding

14619_092.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een indeling van het recherchepersoneel voor de rijtoer van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina per auto op woensdag 1 september 1948

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document over prostitutie met titel 'Parasieten'?

Vergelijkbare afbeelding

Dagvaarding voor het verschijnen voor de kantonrechter

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document wetenschappelijk appèl in het Indisch Instituut

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende cursussen in de Franse taal

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Glasnegatief van een brief

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende propaganda marsen van de Vrijwillige Politie Amsterdam

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende het schriftelijk examen voor het gemeentelijk diploma

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document intocht Koningin Wilhelmina op 30 augustus

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende het orginele artikel van K.H. Broekhoff over de Internationale Centrale ter Bestrijding van Geldvervalsing

Vergelijkbare afbeelding

Document aangaande maatregelen bij het onderduiken van politieambtenaren, 23 september 1943.

Vergelijkbare afbeelding

39792_0058.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Telexbericht (39792_0058)

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Manuscript over "Scheckbetrug und Scheckfälscher"

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Een verzameling krantenknipsels aangaande de arrestatie en veroordeling van Salomon Liebermann in 1928-1929. Vermoedelijk samengesteld door inspecteurs van de gemeentepolitie Den Haag.

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende het orginele artikel van K.H. Broekhoff over de Internationale Centrale ter Bestrijding van Geldvervalsing

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Foto's van de serie Nachtwachtwezen

Vergelijkbare afbeelding

18097_214a.jpg

Vergelijkbare afbeelding

BRV DWG & T - 21-06-1948 P1.jpg

Vergelijkbare afbeelding

18021_164_v.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

36 Diapositieven in een houten doos

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende generaal rapport van de politie

Vergelijkbare afbeelding

14619_068.jpg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende de werkwijze van de GG & GD en de samenwerking met de politie

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende de regeling van het veiligheidsonderzoek en het posten in de Nieuwe Kerk op de dag van de inhuldiging

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Document Kroningsspel op 6 september 1948

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende een generaal rapport over de kroning van koningin Juliana in 1948

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Het document betreffende een instructie voor recherchepersoneel, aangewezen tot het verrichten van surveillance langs de door de koninklijke stoet te volgen weg

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Dienstinstructie van de hoofdcommissaris

Vergelijkbare afbeelding

Document betreffende consignes bij een verduisteringsproef van de luchtbescherming

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Mededeling van de Hoofdcommissaris van Politie over onthulling monument op het Weesperplein

Vergelijkbare afbeelding

Vergelijkbare afbeelding

Stencils waarin wordt opgeroepen deel te nemen aan de massaschaakkamp

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

efb1993c-4383-49a3-bda8-4ed372ff005a

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

3bd307ea-0933-4600-ae60-8a9c3aba131d

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5

Vergelijkbare afbeelding

98f36830-60dd-4610-bf54-264155fdc3b5